Anna Boo vertelt over:

Ze noemt het de beste beslissing in haar leven de verhuizing naar Nederland, eentje waar ze overigens niet echt over na heeft gedacht. Anna: ‘Dat ik dit werk ben gaan doen is eigenlijk puur toeval. Zoals zo veel dingen in mijn loopbaan puur toeval zijn. Ik ben twintig jaar geleden met mijn toenmalige Nederlandse vriend naar Nederland gegaan. Op een gegeven moment leerde ik op de Albert Cuyp in Amsterdam een Zwitserse jongen kennen die hier naar de Academie Charles Montaigne ging. Destijds had ik al interesse in mode en kleding. Ik heb een intakegesprek aangevraagd en werd aangenomen op die academie. Na drie jaar was ik afgestudeerd en kreeg ik mijn eerste baan als styliste bij het marketing designbureau De Bock en Dekker.’Bij haar eerste werkgever kreeg ze steeds meer opdrachten in de interieursfeer. ‘Die wereld sprak me meer aan dan de modewereld. Het ‘interieurwereldje’ vind ik prettiger, toegankelijker. Na drieënhalf jaar ben ik, van de één op de andere dag, voor mezelf begonnen’ aldus Anna.
Voor haar eerste grote klant ontwierp ze dessins voor strijkplankovertrekken. Deze klant startte later een groothandelsbedrijf in keukenaccessoires en Anna werd onder andere ingezet voor een groot deel van de inkoop. Dat bracht haar veelvuldig in het buitenland, onder meer in India, waar ze op dit moment al een aantal jaren voor een Indiaas bedrijf een textiel ontwerpt.
‘Ik ontwikkel complete stoffencollecties voor die firma. Ik stuur van te voren kleurkaarten waar zij samples van maken. En in de week dat ik er ben draaien we bijna een complete collectie in elkaar. Wat volgens Anna wel een vreemde gewaarwording is, is het feit dat zij naar landen als India gaat om inspiratie op te doen, terwijl zo’n land haar weer vraagt om collecties te ontwerpen. Anna: ‘De verklaring daarvoor is dat de mensen daar geen idee hebben wat er in Europa speelt, wat de trends hier zijn. Daarom is het voor hen prettig om iemand uit Europa over de vloer te hebben.’
Woonstijl test
Ook de klantenatlas, die de basis is voor de woonstijl test van wonenis, is van haar hand. Anna legt uit; ‘neem als voorbeeld de gele wereld, waar een gezellige sfeer de hoofdrol speelt. Als iemand uit de gele wereld iets nieuws koopt bestempelt hij of zij dat als iets moderns. Ga je bij die persoon thuis kijken dan is het nieuwe item niet modern, maar gezellig.’ Daarom geeft de test veel inzicht. Aan de hand van de woonstijl test kan de consument bepalen welk type hij of zij is of in welke ‘wereld’ hij of zij zich bevindt.
Eenvoud in de vormgeving
Haar eigen interieur is heel belangrijk voor haar en opvallend rustig voor iemand die zo met kleuren bezig is. Anna: ‘Eigenlijk moet het interieur voor iedereen belangrijk zijn. Thuis moet je je prettig voelen. Ik denk altijd na over m’n interieur, ook omdat ik er natuurlijk de hele dag door mee bezig ben. Toch verander ik niet veel in m’n eigen huis. Het is goed zoals het is en zou ik alles wat ik tegenkom toepassen in m’n eigen huis dan zou ik binnen de kortste keren gek worden. Wil ik kleur in huis dan doe ik dat in de vorm van bloemen, stoffen of accessoires.’
Wat voor Anna ook belangrijk is, is het feit dat anderen zich prettig moeten voelen in haar huis. ‘Men hoeft het niet mooi te vinden, als men zich maar prettig voelt. Ik houd van eenvoud in de vormgeving, dat het geheel klopt. Een voorbeeld daarvan is de Barcelona Chair van Mies van de Rohe, een designklassieker die klopt.’ Anna verzamelt informatie en ideeën vooral op beurzen, tijdens het winkelen en haar stedenbezoeken. M’n algemene inspiratie haal ik vooral uit de natuur. Ik ben gek op het bos, hou heel erg van wandelen en de natuur in Zwitserland. Ik kom er heerlijk uitgerust vandaan en zit weer vol inspiratie.’
Leren en niet kopiëren
Aan toekomstplannen doet ze niet echt. ‘Dingen komen vaak vanzelf op m’n pad. Wat volgens Anna vooral belangrijk is, is dat je je eigen ideeën volgt en zaken op je eigen manier doet. ‘Je komt in je leven veel mensen tegen die leuke dingen doen, of zaken op een bepaalde manier aanpakken. Daar kun je van leren, maar je moet het niet kopiëren. Je moet je eigen invulling aan zaken geven, zowel in het dagelijks leven als in je werk. Dat geeft de meeste kans van slagen!’